AANVRAAGPROCEDURE.NL

AANVRAAGPROCEDURE

Een octrooi of patent is een door de overheid verstrekt monopolie op een bepaald stuk techniek. Wie een octrooi heeft op een uitvinding, is gerechtigd om - kort gezegd - als enige de uitvinding toe te passen. Zuiverder is het echter om te stellen dat de octrooihouder (tenzij een licentie is verleend) ieder ander kan verbieden de uitvinding na te maken, te verkopen of in te voeren, zelfs als die ander de uitvinding geheel onafhankelijk zelf ook gedaan heeft. Een octrooihouder heeft namelijk niet automatisch op basis van het verleende octrooi het recht om de uitvinding toe te passen. In veel gevallen zijn daarvoor nadere vergunningen nodig, bijvoorbeeld op grond van de warenwet of op grond van de milieuwetgeving.
De keerzijde van een het aanvragen van een octrooi is dat de techniek die wordt beschermd openbaar gemaakt wordt. Door de octrooiverlenende instantie wordt na een periode van in de meeste gevallen 18 maanden de octrooiaanvraag gepubliceerd. Door deze publicatie kan een ieder kennis nemen van de techniek en hier eventueel nieuwe technische ontwikkelingen op baseren.
Een octrooi geldt slechts voor het land waar het is verleend en voor een beperkte tijdsduur, in vrijwel alle landen 20 jaar vanaf de indiening van de octrooiaanvraag. Een Europees octrooi wordt weliswaar in één procedure voor een groot aantal landen tegelijk beoordeeld en verleend, maar valt na die verlening uiteen in een bundel nationale octrooien. Per land moeten de rechten afzonderlijk geldend gemaakt worden via bepaalde formaliteiten.

Maatschappelijke plaatsing van het octrooi
Octrooien vormen per definitie een rechtstreekse inbreuk op vrije marktwerking, de octrooihouder zal immers zijn concurrenten verbieden soortgelijke producten op de markt te brengen. Octrooien zijn te rechtvaardigen als de optelsom van de negatieve effecten op concurrentiewerking en de positieve effecten op innovatie resulteren in een netto voordeel voor de maatschappij. Het octrooisysteem is nooit bedoeld als een eenzijdige en vanzelfsprekende beloning voor uitvinders.
Het uitzicht op het verkrijgen van een beloning in de vorm van een octrooi is bedoeld om bedrijven te prikkelen investeringen te verhogen waar uiteindelijk de gemeenschap baat bij heeft. In tegenstelling tot het bedrijfsgeheim is een octrooi publiek te raadplegen met het doel anderen te inspireren.
De octrooihouder kan een licentie verschaffen aan producenten en/of concurrenten en daarmee inkomsten genereren. Anderzijds worden octrooien, in het bijzonder softwarepatenten, ook strategisch ingezet met het doel de concurrentie te dwarsbomen en te verzwakken.
In Nederland rapporteerde de commissie Giskes in 2005 aan staatssecretaris Karien van Gennip: "Het is de Adviescommissie gebleken in haar rondgang dat er grote maatschappelijke onvrede heerst over de kwaliteit van octrooien in het algemeen en op het gebied van software in het bijzonder, in die zin dat men van mening is dat octrooien worden verleend op triviale of marginale uitvindingen. De Adviescommissie beveelt aan dat Nederland zijn invloed aanwendt in de Administrative Council van het Europees Octrooibureau (EOB) om dit kwaliteitsprobleem te adresseren en zich er voor in zet dat de kwaliteit van verleende octrooien, in het bijzonder in het geval van software, wordt verhoogd. Dit zou kunnen door de norm voor inventiviteit aan te scherpen." Het EOB is een internationale organisatie en valt dus niet onder Europese wetgeving. De Administrative Council bestaat uit leden van de lidstaten.
In de praktijk blijken multinationals onderling vaak een juridische wapenstilstand te hebben waarbij op grote schaal Kruislicenties verschaft en verkregen worden zonder geldelijke stromen. Voor grote bedrijven zijn octrooien een middel om kleinere spelers in de markt onder druk te zetten maar de praktijk van de afgelopen jaren leert dat kleine spelers ook grote bedrijven met succes kunnen aanklagen wegens octrooiinbreuk, bijvoorbeeld Eolas versus Microsoft.

Wat is een octrooi?
Een octrooi is een alleenrecht op het exploiteren, het uitbaten, van een uitvinding binnen een land. Het is echter zuiverder om te stellen dat iemand die in een land een octrooi bezit op een bepaalde uitvinding, ieder ander mag verbieden om die uitvinding in dat land in te voeren, toe te passen of te verkopen, tenzij die iemand anders toestemming heeft van de octrooihouder. Een octrooihouder heeft namelijk niet automatisch op basis van het verleende octrooi het recht om de uitvinding toe te passen. In veel gevallen zijn daarvoor nadere vergunningen nodig, bijvoorbeeld op grond van de warenwet of op grond van de milieuwetgeving.
Octrooien zijn uitgevonden als oplossing voor een maatschappelijk dilemma. Aan de ene kant is de wetenschap en technologie ermee gediend zijn dat iedereen weet hoe bestaande technologie werkt. Dan kan iedereen erop voortbouwen en de techniek schrijdt verder voort. Aan de andere kant zal een uitvinder zijn uitvinding geheim willen houden, om een voorsprong ten opzichte van zijn concurrenten te behouden, en aldus zijn investering in de uitvinding te gelde te kunen maken. Als compromis is er het octrooi. Een uitvinder krijgt voor een beperkte tijd (in vrijwel alle landen twintig jaar, te rekenen van de indieningsdatum van de octrooiaanvrage) een monopolie op het uitbaten van zijn uitvinding. Daarna kan iedereen er gebruik van maken of erop voort bouwen.
Een octrooi geldt, zoals gezegd, voor een land. Om in meerdere landen octrooi te verkrijgen, moet een uitvinder in ieder land aanvragen. In de taal van ieder land afzonderlijk, normaal gesproken. En tijdens de duur van het octrooi moet de octrooihouder normaal ook leges betalen aan het administratieve bureau om het octrooi in stand te houden.

Voorwaarden aan het octrooi
Niet alles is octrooieerbaar. Niet op alles kan men octrooi verkrijgen. De basiseisen voor een uitvinding zijn als volgt:

De uitvinding moet een octrooieerbare uitvinding zijn.
De uitvinding moet nieuw zijn.
De uitvinding moet uitvindingshoogte hebben.
De uitvinding moet toepasbaar zijn.


Een uitvinding
Octrooien worden alleen verleend op octrooieerbare uitvindingen. Deze eis dient ter onderscheid met andere vormen van intellectueel eigendom. Met name wordt met de eerste bepaling onderscheid gemaakt tussen octrooi en auteursrecht (maar ook merkenrecht en dergelijke).
De vraag is wat een "octrooieerbare uitvinding" is. Er is geen duidelijke definitie, al vinden de meeste deskundigen in Europa dat een uitvinding een stuk techniek moet betreffen. Een puur abstract iets, zoals een foto of een stuk tekst, is geen techniek en kan dus niet met een octrooi beschermd worden.
De octrooiwet bevat een negatieve definitie: een aantal zaken wordt expliciet genoemd als geen octrooieerbare uitvinding. Zo zijn wiskundige methodes en ontdekkingen (bijvoorbeeld op natuurkundig vlak) uitgesloten. Een ontdekking is op zich nog geen uitvinding, maar kan wel de basis vormen van een uitvinding. De ontdekking dat een metaal stroom geleidt, kan worden gebruikt om een nieuw elektriciteitsdraad uit te vinden.
Ook sluit de octrooiwet puur geestelijke activiteiten, werkwijzen voor het zakendoen en computerprogramma's uit van octrooi. Volgens de octrooiwet zijn deze uitsluitingen echter beperkt tot de genoemde zaken als zodanig. Een uitvinding die meer is dan een computerprogramma als zodanig mag wel worden geoctrooieerd. Hoe dit precies moet worden uitgelegd, was de afgelopen jaren onderwerp van een heftige discussie rondom software patenten.
Daarnaast is het verboden octrooi aan te vragen op bepaalde categorieën uitvindingen. Mensen, planten en diersoorten kunnen niet worden geoctrooieerd. Microbiologische processen en producten daarentegen weer wel, dus gentechnologie is wel octrooieerbaar en medicijnen ook. En ook uitvindingen die een gevaar opleveren voor de openbare orde of veiligheid of onzedelijk zijn, zijn niet octrooieerbaar. Op een nieuwe bombrief of een martelwerktuig zal dus geen octrooi verleend worden.

Nieuw
De eerste eis is dat een uitvinding nieuw moet zijn. Een octrooi mag niet worden verleend op iets dat al bestond. Dat klinkt logisch, maar het is meestal de grootste angel bij het octrooi.
Een uitvinding is nieuw als hij nog niet publiek gemaakt is. De manier waarop dat gebeurt, is niet relevant. Een publicatie in een wetenschappelijk tijdschrift telt net zo zeer als een artikel in het dorpskrantje. En ook mondelinge publicaties (voordrachten, lezingen, discussies in het openbaar) tellen.
Nieuwheid is een enorme horde binnen het octrooiwezen, omdat het een overzicht vergt van de hele wereldliteratuur. De verschillende octrooibureaus beschikken over enorm uitgebreide bibliotheken van alles en nog wat en indices erbij om onderwerpen op te kunnen zoeken. En nog worden octrooien na verlening regelmatig aangevochten bij de rechter omdat ze niet nieuw zijn.
Redelijk vaak wordt zo'n aanvechting gewonnen, want de "stand van de techniek" (de verzameling van alles dat bekend is in de wereld) is enorm en niemand heeft het overzicht. Daarbij moet wel worden opgemerkt dat er natuurlijk alleen rechtszaken over de geldigheid van een octrooi worden aangespannen als het niet evident is of het octrooi geldig is of niet.
Overigens zijn er wel twee uitzonderingen voor openbaarmakingen die geschieden kort voor de aanvrage ingediend wordt. Wanneer een uitvinding zonder toestemming wordt gepubliceerd en met het doel de octrooiaanvraag te saboteren, of wanneer er sprake is van expositie bij een Wereldtentoonstelling (dus niet een gewone vakbeurs), telt de publicatie niet indien de aanvrage tijdig is ingediend.

Uitvinderswerkzaamheid
De belangrijkste eis bij een octrooi is echter niet nieuwheid, maar uitvinderswerkzaamheid. Dit noemt men ook wel "uitvindingshoogte", alhoewel dat eigenlijk een Germanisme is. Een octrooi mag geen triviale variatie van een reeds bekend apparaat, product of werkwijze zijn. Maar hoe moet dit worden ingeschat?
Als je een paperclip hebt, kun je een paar papieren bij elkaar houden. Las twee paperclips aan elkaar en je kunt twee stapeltjes papier bij elkaar houden. Maar is zo'n dubbele paperclip nou echt een uitvinding of niet? Is het een innovatie, of ligt het gewoon voor de hand om twee paperclips tot een te verwerken?

Industriële toepasbaarheid
De laatste eis is dat een uitvinding industrieel toepasbaar moet zijn. Dit betekent min of meer dat een uitvinding waarop octrooi aangevraagd wordt, gebouwd moet kunnen worden, toegepast moet kunnen worden en moet werken.
"Industrieel toepasbaar" wil niet zeggen dat alleen high-tech of alleen machines geoctrooieerd kunnen worden. Maar de uitvinding moet wel geschikt zijn om gemaakt te worden in de industrie.
H. G. Wells schreef ooit een verhaal over een vliegmachine die werkte met een metaal dat de zwaartekracht ophief. Daarop is geen octrooi mogelijk, want een dergelijk metaal bestaat niet en dus kan de uitvinder niet uitleggen hoe de uitvinding gebouwd kan worden. Een perpetuum mobile is in strijd met de natuurwetten en kan daarom ook niet worden geoctrooieerd (al blijven uitvinders het regelmatig proberen).
En het laatste punt zal ook duidelijk zijn: een uitvinding die gewoon niet werkt, is niet octrooieerbaar.

Het recht op het octrooi
In principe mag iedereen octrooi aanvragen – een gewoon persoon of een rechtspersoon. In principe komt het octrooi toe aan de uitvinder, of aan alle uitvinders gezamenlijk als het een groep was. Octrooi op uitvindingen gedaan door personen in dienst van een ander, komen toe aan de werkgever (bedrijven als Philips en IBM bezitten veel octrooien). Wie het octrooi ook bezit, de echte uitvinder moet op het octrooi genoemd worden ("ere wie ere toekomt").
Een aparte situatie doet zich voor in het geval van "botsing": als twee personen of instanties tegelijkertijd hetzelfde uitvinden. In dat geval geldt de regel "wie het eerst komt, die het eerst maalt". Dat wil zeggen: de eerste persoon die octrooi aanvraagt en waarvan de octrooiaanvrage gepubliceerd wordt, krijgt het octrooi. Degene die als eerste de uitvinding doet, heeft dus niet noodzakelijk het octrooi – het octrooi gaat naar de eerste die erom vraagt (uiteraard wel naar een echte uitvinder; je kunt niet iemands octrooi stelen door hard naar het octrooibureau te rennen en zijn uitvinding te claimen).

Nederland
De benaming octrooi wordt in de Nederlandse wetgeving gebruikt; het woord patent wordt echter ook algemeen gebruikt in een niet-officiële context voor hetzelfde begrip.
In Nederland is in 1912 een getoetst octrooi ingevoerd. Dat gebeurde doordat de Rijksoctrooiwet 1910 in werking trad. Alle vanaf 1912 ingediende octrooiaanvragen werden vanaf dat tijdstip getoetst aan de wettelijke vereisten zoals nieuwheid, inventiviteit (uitvindershoogte) en industriële toepasbaarheid.
In Nederland is op dit moment de Rijksoctrooiwet 1995 van kracht.
Deze toetsing werd uitgevoerd door de Octrooiraad. De kwaliteit van de toetsing in Nederland door de Octrooiraad stond internationaal hoog aangeschreven.
Door de oprichting van het Europees Octrooibureau (EOB) in de jaren tachtig nam het aantal bij de Octrooiraad ingediende octrooiaanvragen gestaag af. Als gevolg daarvan was het niet meer mogelijk om voor alle gebieden van de techniek deskundige vooronderzoekers in dienst te hebben en aan het werk te houden. In 1995 werd daarom de Rijksoctrooiwet 1995 ingevoerd, die erin voorzag dat in het vervolg Nederlandse octrooiaanvragen niet meer getoetst werden. Op elke aanvrage werd volgens dit "registratiesysteem" zonder inhoudelijke toetsing, een octrooi verleend. Er zijn twee vormen: een octrooi dat 20 jaar geldig is, en een octrooi dat slechts zes jaar geldig is. Om een 20 jarig octrooi te verkrijgen dient een verzoek om een nieuwheidsonderzoek te worden ingediend. De uitslag van een dergelijk nieuwheidsonderzoek geeft doorgaans een goede indicatie, of de geclaimde uitvinding voldoende nieuw en inventief is ten opzichte van de stand van de techniek om zinvolle octrooibescherming te kunnen geven.

Een verleend Nederlands octrooi kan gedurende de gehele looptijd bijvoorbeeld door een derde voor de rechter worden 'aangevallen' in een nietigheidsprocedure. De waarde c.q. kracht van een Nederlands registratieoctrooi wordt dus pas na verlening, in rechte, bepaald, althans indien het octrooi onderwerp wordt van een juridisch geschil. Voordeel van het registratiesysteem is het gemak en snelheid waarmee octrooi kan worden verkregen, alsmede de lagere kosten voor de octrooihouder.
Sommigen menen dat een registratieoctrooi de rechtszekerheid verlaagt, aangezien de geldigheid van een registratieoctrooi gedurende zijn gehele looptijd bij de rechter kan worden aangevochten. Dit is maar ten dele waar. Zo geeft de uitslag van een nieuwheidsonderzoek (in het geval van een 20-jarig octrooi aanwezig en voor een 6-jarig octrooi alleen verplicht wanneer het octrooi door een derde wordt betwist) al een goede indicatie, of het octrooi op een octrooieerbare (nieuwe en inventieve) uitvinding is gebaseerd. Bovendien wordt meestal een octrooi-expert, de octrooigemachtigde, ingeschakeld om de octrooiaanvraag op te stellen. Tenslotte, ook een vooronderzocht octrooi (bijvoorbeeld een Nederlands deel van een Europees octrooi, zie onder) is vatbaar voor vernietiging.
De in 1995 nog niet afgehandelde aanvragen werden nog onder de Rijksoctrooiwet 1910 getoetst door de Octrooiraad. Gegeven het systeem van de Rijksoctrooiwet 1910 heeft het afhandelen van de aanvragen die onder de Rijksoctrooiwet 1910 waren ingediend door de Octrooiraad geduurd tot begin 2004. Op 1 september 2004 is de Rijksoctrooiwet 1910 ingetrokken en daarmee de Octrooiraad opgeheven. Ter gelegenheid hiervan is slechts een persbericht verspreid, dat de algemene pers niet heeft gehaald.
In Nederland kan nu een octrooi aangevraagd worden langs drie wegen:

De nationale weg, door in Nederland octrooi aan te vragen, welke aanvraag leidt tot een registratieoctrooi dat alleen voor Nederland geldig is;
de Europese weg, door via het Europees Octrooibureau een octrooi aan te vragen voor een aantal landen tegelijk, hetgeen na toetsing leidt tot een "Europees" octrooi, dat na verlening in een 'bundel nationale octrooien' uiteenvalt, waaronder een Nederlands deel en
de internationale weg, door via een door WIPO (World Intellectual Property Organization) erkende nationale instantie een internationale octrooiaanvraag (via het Patent Cooperation Treaty of PCT) in te dienen. Langs deze weg kan men een Europees octrooi (zie boven) krijgen dat geldig is in Nederland. Het is echter niet mogelijk op deze manier direct een Nederlands (ongetoetst) octrooi te krijgen, net zo min als dat langs de Europese weg het geval is.

Een in Nederland verleend octrooi biedt geen bescherming tegen namaak in Duitsland of in de Verenigde Staten, in tegenstelling tot het auteursrecht, waar internationale verdragen automatisch wereldwijde bescherming bieden. De uitvinder moet in elk land apart een octrooiaanvraag indienen om daar bescherming te krijgen. Wel kan bij het Europees Octrooibureau (gevestigd in Rijswijk) patent voor Europese landen aangevraagd worden. Het EOB beoordeelt de aanvraag op inhoudelijke gronden en na verlening wordt de Europese octrooiaanvraag omgezet in een bundel nationale octrooien. Er is dus geen "Europees octrooi" dat automatisch in heel Europa geldig is. Er wordt gewerkt aan een Europese Verordening om een systeem voor een Gemeenschapsoctrooi op te zetten.
De meeste octrooiwetten geven een op zichzelf relatief eenvoudige regel omtrent de vraag, wat octrooieerbaar is, zie bijvoorbeeld het Europees Octrooiverdrag: "Octrooien worden verleend voor uitvindingen die nieuw zijn, op uitvinderswerkzaamheid (een inventieve stap) berusten en vatbaar zijn voor toepassing op het gebied van de nijverheid". Een octrooieerbare uitvinding is bijvoorbeeld een idee of uitvinding die niet vanzelfsprekend simpel is (maar wel inventief), en die wereldwijd nieuw is. De uitvinding mag dus nergens eerder zijn gepubliceerd of beschreven. Over wat 'vanzelfsprekend simpel' inhoudt bestaan wel eens meningsverschillen; een rechter dient dan bijvoorbeeld de knoop door te hakken. Het Europees Octrooibureau gebruikt doorgaans de 'problem-solution approach' om na te gaan of een uitvinding voldoende inventief is. De laatste jaren is er een controverse gaande over de vraag of genen octrooieerbaar zijn.

Geschiedenis in Nederland tot 1910
De eerste wet op octrooien werd in Nederland ingevoerd op 25 januari 1817. Hier werd echter door Nederlandse bedrijven weinig gebruik van gemaakt. Wel probeerden buitenlandse bedrijven door middel van een invoer-octrooi hun concurrentiepositie in Nederland veilig te stellen. Op 25 juli 1867 werd deze wet echter in het geheel ingetrokken. In 1870 zou Nederland de Conventie van Parijs tekenen, wat inhield dat Nederland haar wetgeving op industrieel eigendom zou moeten aanpassen, echter alleen voor fabrieks- en handelsmerken. Nederland kon, net als Zwitserland, nog steeds een eigen koers met betrekking tot octrooien volgen. Nadat Zwitserland in 1888 toch besloot tot invoering van octrooiwetgeving was Nederland in feite het enige Europese land waar dit nog niet was vastgelegd. Politiek gezien was deze positie van Nederland niet langer houdbaar (internationaal werd Nederland bestempeld als een volk van vrijbuiters). Dus, in 1893 werd de toezegging gedaan door Nederlandse regering op een congres te Madrid om een voorstel naar de Tweede Kamer te sturen. De discussie dit teweegbracht zorgde ervoor dat het pas in 1905 lukte om daadwerkelijk een wetsvoorstel in te dienen (Nederland zou anders uit de Unie van Parijs worden verwijderd, en de fabrieks- en handelsmerken verliezen van de Nederlandse industrie). Deze wet zou uiteindelijk in 1910 door de Eerste- en Tweede Kamer worden aangenomen.

België

Aanvraagprocedure voor een Belgisch octrooi
Een Belgisch octrooi is enkel geldig binnen België.
Er zijn 2 types: een Belgisch octrooi met geldigheidstermijn van 20 jaar en een Belgisch octrooi met geldigheidstermijn van 6 jaar.
Een uitvinder kan zich voor deskundige hulp bij het doorlopen van de aanvraagprocedure richten tot een octrooigemachtigde. Dit is een specialist die de aanvrager vertegenwoordigt tijdens de aanvraagprocedure en bijstaat bij de verdere administratieve opvolging van het dossier.
Voor een Belgisch octrooi behelst de procedure van uitvinding tot octrooi de volgende stappen:
1. Nagaan van de octrooieerbaarheid
Enkel uitvindingen van technische aard komen in aanmerking voor octrooibescherming. Een uitvinding kan een product, vervaardigingsprocédé of uitvoeringstechniek zijn. Ontdekkingen, wetenschappelijke theorieën, wiskundige methoden en esthetische vormgeving zijn niet octrooieerbaar. Een uitvinding dient te voldoen aan de criteria betreffende:
– nieuwheid
– uitvinderswerkzaamheid
– industriële toepasbaarheid.
2. Opmaken van het aanvraagdossier
Een octrooiaanvraagdossier bestaat uit de volgende documenten:
– verzoekschrift tot verlening van een octrooi
– een beschrijving van de uitvinding
– conclusies (of claims)
– tekeningen
– samenvatting (of abstract)
Voor een Belgische octrooiaanvraag is de taal naar keuze Nederlands, Frans of Duits.
3. Indienen van de aanvraag
In België kan elke persoon met een woonplaats of vestiging in België een aanvraag voor een Belgisch octrooi indienen bij de Belgische Dienst voor de Intellectuele Eigendom. Personen zonder woonplaats of vestiging in België dienen via een octrooigemachtigde te werk te gaan.
Bij indiening van de octrooiaanvraag wordt aan het dossier een indieningsdatum toegekend. Voor landen die het Verdrag van Parijs van 1883 hebben goedgekeurd, legt de indieningsdatum een voorrang vast in andere lidstaten van het verdrag zodat de octrooibescherming later naar deze landen kan worden uitgebreid indien gewenst. De voorrangstermijn bedraagt 12 maanden na de datum van de eerste indiening. Praktisch gezien betekent dit dat een aanvrager, na het indienen van een octrooiaanvraag, 12 maanden de tijd heeft om te beslissen in welke bijkomende landen octrooibescherming aangewezen is.
4. Onderzoek van de aanvraag
In het formeel onderzoek wordt het octrooiaanvraagdossier wordt controleerd op volledigheid en vorm. Dit onderzoek kan aanleiding tot een verzoek verbeteringen of regulariesaties aan te brengen in het aanvraagdossier.
In het nieuwheidsonderzoek wordt de uitvinding beoordeeld op nieuwheid en eenheid van uitvinding. Voor een Belgisch octrooi dient een nieuwheidsonderzoek te worden uitgevoerd indien de volledige beschermingsduur van 20 jaar is gewenst. Een octrooi met een beperkte duur van 6 jaar kan worden bekomen zonder nieuwheidsonderzoek. Het nieuwheidsrapport voor een Belgische octrooiaanvraag wordt geleverd 9 maand na de indieningsdatum.
Op basis van het verslag van het nieuwheidsonderzoek wordt de aanvrager eventueel verzocht wijzigingen in het aanvraagdossier aan te brengen of de octrooiaanvraag in te trekken. Een nieuwheidsonderzoek biedt geen absolute garantie tegen betwisting in de rechtbank.
5. Verlening van het octrooi
De inhoud van een octrooi blijft geheim tussen de indieningsdatum en de publicatiedatum. Achttien maanden na de indieningsdatum wordt het integrale octrooidossier gepubliceerd. Dit geldt voor zowel de Belgische, de Europese als de internationale procedure.
Het Belgisch octrooi voor 6 jaar wordt verleend bij publicatie van de octrooiaanvraag. Een Belgisch octrooi voor 20 jaar wordt ten vroegste verleend 18 maanden na de indieningsdatum en dat indien het nieuwheidsonderzoek positief is.
6. Instandhouding van het octrooi
Oppositie
Een verleend octrooi kan geheel of gedeeltelijk nietig worden verklaard door de rechtbank indien achteraf blijkt dat niet voldaan is aan één van de drie geldigheidscriteria. Elke partij kan oppositie aantekenen tegen een Belgisch octrooi bij de Belgische rechtbank.
Inbreuk
Inbreuk, of de schending van het alleenrecht tot exploitatie van de octrooihouder, valt onder de bevoegdheid van de nationale rechtbank van het land waarin het octrooi geldt. Het is de verantwoordelijkheid van de octrooihouder om inbreuk op te sporen en aan te klagen. Elke inbreuk wordt bestraft met een onmiddellijke stopzetting van de inbreukmakende activiteiten, een boete en de verplichting tot een volledige schadeloosstelling van de octrooihouder.
Wijzigingen
Iedere verandering in de staat van een octrooi, zoals overdracht van eigendom (verkoop) of verstrekking van een licentie (toelating de uitvinding na te maken tegen betaling), dient te worden meegedeeld aan het nationaal octrooibureau, de Dienst voor de Intellectuele Eigendom.
Taksen
Om een octrooi in stand te houden dienen jaarlijks taksen te worden betaald. Het octrooi blijft geldig zolang de jaarlijkse instandhoudingstaksen worden betaald. Het is niet mogelijk het achteraf terug te ‘activeren’. Het is niet mogelijk het te verlengen na afloop van de 20 jaar.

Zie ook

Octrooi op software
Intellectueel eigendomsrecht
Octrooigemachtigde


Verwant onderwerp

Auteursrecht

Deze domeinnaam kopen of huren? geef hier uw bod